Er zijn een behoorlijk aantal dingen die de vangst van karper beïnvloeden. In dit gedeelte bespreken we een aantal, die wij als karpervisser niet in de hand hebben, die echter wel van invloed zijn op de vangsten. Enkele ervan zijn:
Kleine waterdiertjes
reageren op luchtdruk. Veranderd de luchtdruk, dan moeten deze diertjes zich aanpassen. Gaat de luchtdruk van laag naar hoog, dan
zullen deze diertjes dit compenseren door hoger te gaan zwemmen, in dit geval zijn ze dus een makkelijke prooi voor vissen(dus ook
karper). Valt de luchtdruk, dan zullen ze naar beneden gaan(in de bodem kruipen). Deze theorie zou ook verklaren waarom karper
tijdens een storm moeilijk te vangen is(luchtdruk daalt extreem), echter kort erna gaan de vangsten zeer goed. Het probleem is
echter dat bij een dalende luchtdruk het aantal beten stijgt. Karper zwemt zelden strak tegen de bodem. Meestal zwemt hij een
meter hoger. Als nu de luchtdruk daalt zou het kunnen zijn dat hij dit compenseert door iets lager te zwemmen. Als dit het geval
is komt hij dan dichter in de buurt van ons aas. Luchtdruk is geen gemakkelijk onderwerp. Ik vermoed dat luchtdruk alleen van
invloed is als het verschil groot is. Gaat dit langzaam, dan is er volgens mij iets anders aan de hand.
Wind heeft een grotere invloed op
karper. Deze invloed wordt groter nar mate de wind meer vat heeft op het water. Daarom is de wind een belangrijkere factor op
groot water dan op klein door bomen omringd water. Wind brengt een aantal voordelen met zich mee, het brengt zuurstof in het
water. Met name in de zomer kan dit belangrijk zijn. Tevens brengt wind door de golfslag een stroming op gang aan de windkant van
het water die sterk genoeg kan zijn om voedsel me terug te nemen het water in. Dit hoeft niet eens voedsel te zijn voor karper
zelf, maar kan ook voedsel voor het voedsel(waterbeestjes) zijn. Heeft de wind op een door jouw uitgezocht water veel
invloed(golfslag), dan is het waarschijnlijk dat de vissen min of meer op de wind trekken. Een bijkomend voordeel voor ons
karpervissers is dat deze karper hier niet voor niets heentrekt, maar komt om te azen. Vaak geld in deze situatie; hoe harder die
blaast hoe beter die vangt.
Neerslag heeft een aantal
voordelen voor ons karpervissers. Nummer 1 is dat er voedingsstoffen het water in gespoeld worden, die daardoor het hele water
activeren. Het brengt extra zuurstof in het water. Het kan ook nadelig zijn indien door de temperatuur van de neerslag(sneeuw en
hagel) de watertemperatuur daalt.
Of omdat het water teveel modder
te verwerken krijg(stromend water heeft hier wel eens last van na een hevige regenbui). Doordat het water bruin wordt door modder,
wordt het ademen door de kieuwen bemoeilijkt. Als gevolg hiervan zullen vissen wegtrekken, of geheel passief worden.
Dit is een hele leuke. De
stroming die op een water staat is ervoor verantwoordelijk dat er in verhouding meer gevangen kan worden dan een stilstaand water.
De vissen moeten sneller reageren op voer, met als gevolg dat er minder omzichtig geaasd kan worden als ze het voorbijkomende voer
willen hebben. Ze moeten ook meer vreten omdat ze altijd moeten zwemmen. Echter de gewichten lijden hieronder. Stilstaand water
kan mits de omstandigheden goed zijn veel zwaardere vis herbergen. Zo ken ik putjes waaraan een normaal mens zo voorbij raast. Te
klein. Maar dikke vis zit er wel. Veel voedsel, geen stroming, en een kleine populatie zijn hier de oorzaak van. Ja roep je nu,
maar bij ons op de rivier zwemt ook een hele zware. Nu daar zal ik dan eens een gewaagde uitspraak over doen: waarschijnlijk een
metervis die zwemt op een stuk waar het minder stroomt dan de andere stukken van de rivier. Is dit niet het geval, dan heb je hem
gevangen vlak bij zo’n langzaam stuk. Deze regel klopt in alle gevallen die mij bekend zijn zonder uitzondering.
De tijd van het jaar is de
grootste natuurinvloed op het vangen van karper. Het is niet allen een factor op zich, maar het heeft ook een invloed op de
invloed van andere factoren. We weten allemaal wel dat het voor, en najaar de beste tijden zijn voor goede vangsten. De
belangrijkste reden voor de goede vangsten in het voorjaar is de paaitijd. Voor deze tijd moeten de karpers vreten om energie op
te doen voor de paai, en daarna om weer bij te komen van de paai. Het najaar is de tijd van overvloed die gebruikt moet worden om
vet op te bouwen voor de winter. Andere dingen(zoals zon, wind en neerslag) hebben een min of meer verschillende uitwerking al
naar gelang het seisoen. Zo trekken de karpers in het voorjaar bij mooi weer massaal naar de ondiepe plaatsen vaan een water om in
de zon op te warmen. In de zomer doen ze dit ook, maar door de hogere watertemperatuur neem (door zuurstofgebrek) de activiteit
van de vissen sterk af, en beperken ze zich tot loom in de zon liggen. De zuurstof toevoegende invloeden(harde wind en regen) zijn
in de zomer voor ons meer van belang dan in bijvoorbeeld het najaar. En vaak lijkt in het najaar helemaal niets het vreten te
kunnen beïnvloeden en vangen we in alle weersomstandigheden vis.
De invloed van de zon is met name
in de winter, het voorjaar, en de late herfst van zeer groot belang. De eerste warme dag in het voorjaar is meestal het een
killer. kies dan een plek die van deze zon profiteert.